Zomerproblemen

IMG_4199

Ik denk dat we allemaal wel een beetje fan zijn van de zomer. Uren genieten van de zon en de warme temperaturen, verkoeling zoeken in de vorm van ijsjes of een duik in het zwembad. De kriebels in de buik die in de zomermaanden nog heftiger lijken te zijn. De zomer is een vriend van ons allemaal.

Maar toch heb ik er ook weleens moeite mee. Wanneer ik op de kalender kijk en zie dat het alweer bijna juni is, slik ik even en gaat er van alles door mijn hoofd. Zomer, zon, zee, strand, bikini’s, blote buiken, help! In die volgorde. De hele winter had ik de tijd om te trainen voor de zomer van 2014. Trainen om bikiniproof te zijn. Maar laat ik nou net zo’n persoon zijn die daar in de winter totaal niet mee bezig is, alles eet wat voorbij komt en daarna vanzelf wel ziet wat er gaat gebeuren. Om vervolgens rond mei/juni te beseffen dat ik wederom heb gefaald en niet bikiniproof ben.

Gelukkig kan ik het een beetje negeren op dagen dat het regent alsof het herfst is. Maar jammer genoeg is daar altijd nog het internet. Zo zat ik wat rond te neuzen op de website van Esprit en werd ik op de homepage eigenlijk meteen al geconfronteerd met mijn problemen. “Let’s go to the beach… De nieuwe bikini-collectie is binnen!” “Shit,” dacht ik, “hier moet ik niet naar kijken”. Maar de shopaholic in mij, kon het niet laten om er niet op te klikken. En dus zag ik daar bikini’s met stipjes, patroontjes en mooie kleurtjes voorbijkomen. Ik wilde ze allemaal kopen, maar besefte dat mijn lichaam daar nog helemaal niet klaar voor was.

Was ik maar eerder begonnen met trainen. Had ik de afgelopen maanden maar beter mijn best gedaan. Kon ik er nu in een paar dagen maar iets aan doen. Maar helaas. Het enige wat ik op dit nog kan doen, is verder klikken op die website. Weg van de bikini’s, verder met de tops en zomerjurkjes. Want ik hou nog altijd van de zomer.

Hollands glorie

stijnoviech

Ik geloof dat ik de beste instagrammer heb gevonden. De Nederlandse Stijnoviech maakt namelijk alleen maar mooie foto’s. En met ‘alleen maar’ overdrijf ik echt niet.

Bijna iedere ochtend word ik wakker met Stijnoviech. Zo rond zeven/acht uur ‘s ochtends check ik Instagram en zie ik een foto van Stijn verschijnen. Een foto die al een uur online staat, wat betekent dat hij al rond zes uur ‘s ochtends op pad was om foto’s te maken. Bewondering heb ik daarvoor. Ergens denk ik ook dat je dan gek bent, maar als je ziet met wat voor plaatjes hij terugkomt, dan kun je alleen maar respect hebben. Ik weet stiekem niet echt of hij zo vroeg op pad gaat, maar het idee maakt de foto’s wel extra mooi.

Natuurfoto’s. Dat is zijn kracht. En dan het liefst tijdens zonsopgang. Kleuren, zonnestralen en landschappen die niet van hier lijken te zijn. Maar dat is het mooie; Stijn is een Hollander en zijn foto’s zijn in Nederland gemaakt. Je gaat Nederland meer waarderen als je dat nog niet deed en je krijgt zelf ook zin om op pad te gaan. Om de mooie plekken van ons kleine landje te ontdekken. En om ze vast te leggen op onmogelijke tijdstippen.

Zo goed en zo fanatiek als Stijnoviech zal ik nooit worden. En ik denk dat er maar weinig instagrammers zijn die wel in de buurt komen.

Luxe studentenpastapesto met gepofte tomatentaartjes

Processed with VSCOcam with f2 preset

Als studente eet ik in de avond graag een bordje pasta. Met weinig ingrediënten kun je een lekkere maaltijd bereiden die ook nog eens in een paar minuten klaar is. De magische woorden voor een studentenhap: weinig ingrediënten, lekkere maaltijd en paar minuten. Maar er zijn van die studenten die zich graag uitsloven in de keuken en met allerlei kruiden en specerijen aan de slag gaan.

Eén van die studenten was mijn oud-huisgenoot Nathalie. Als ik de keuken binnenliep om binnen enkele minuten voor wat voedsel op mijn bord te zorgen, was Nathalie al een tijdje druk bezig met wat op het oog een feestmaaltijd leek. Als ik ernaar vroeg, noemde ze de meest lekkere dingen op.

Wanneer het uitkwam, mocht ik van die meest lekkere dingen proeven. Zo was er een avond dat Nathalie pasta voor ons ging maken. Geen moeilijke pasta, maar wel een stuk interessanter dan de saaie pasta’s die ik altijd maakte. Eentje met zelfgemaakte groene pesto en gepofte tomaatjes. Zalig.

Omdat Nathalie haar gerechten ook deelt op haar website en eerder op haar oude website, kon ik dit gerecht ook eens zelf maken. Zo heb ik het op een gegeven moment bijna de hele week gegeten, omdat ik er maar geen genoeg van kreeg. Je begrijpt dat het tegenwoordig mijn favoriete pasta is.

Normaal zet ik nooit recepten op mijn blog, maar omdat deze zo lekker is, wil ik hem met alle liefde delen. Uiteraard is het recept van Nathalie, maar om het makkelijker te maken, heb ik hem hieronder gezet.

WAT? voor 2 personen
- 1 basilicumplant
- ongeveer 80 gram parmezaanse kaas, vers geraspt graag
- half zakje pijnboompitjes
- 2 teentjes knoflook
- 2 flinke handen cherrytomaatjes
- veel lekkere olijfolie
- peper en zout
- spaghetti, volkoren of gewone.

EN DAN?
1. Leg de tomaatjes op een bakplaat en besprenkel ze met de olijfolie en wat (zee)zout. Zet ongeveer een uur in de oven, op 100 graden. Dan poffen ze zo lekker en zijn het net taartjes.
2. Kook de pasta zo gaar als je hem lekker vindt.
3. Maak ondertussen de pesto in een keukenmachine: pluk de blaadjes van de plant en doe deze samen met de pijnboompitten en zo’n 50 gram van de parmezaanse kaas in de keukenmachine. Pers de knoflook er ook boven uit en draai tot alles vrij fijn is. Voeg dan de olijfolie toe. Ik doe altijd een paar flinke scheuten, maar proef vooral en kijk of je de structuur goed vindt.
4. Maak de pesto af met peper en zout naar smaak.
5. Giet dan de spaghetti af en bewaar een kopje van het kookvocht.
6. Meng het kookvocht met de pesto en roer dit door de spaghetti.
7. Serveer met de tomaatjes en de overgebleven parmezaanse kaas. En leg er eventueel nog een basilicumblaadje op, zodat het er nog mooier uitziet.

De perfecte illusie

neck

Het was weer zo’n enorm warme dag. Zo’n dag dat je aan niets anders dan verkoeling voor je lichaam kunt denken. Een ijsklontje in je nek, je voeten in een koud bad, een ventilator die constant op jouw gezicht gericht staat terwijl je een slok neemt van een ijskoude cocktail. Op zo’n dag trek je het liefst zo min mogelijk kleding aan. En dat deed ik dus ook.

Ik liep in mijn zomers jurkje en op mijn hakken richting de trein voor een belangrijke afspraak. Mijn haar had ik net gestijld waardoor het net wat langer was dan normaal. Een briesje door mijn haar, mijn zonnebril op mijn neus. De wereld was mooi. In de trein probeerde ik aan niets te denken, want van nadenken krijg je het alleen maar warm. Maar zo’n simpele opdracht was voor mij te moeilijk. Aan de andere kant van het gangpad zat een bijzonder knappe vent. Bijzonder knap ja. Alles klopte aan hem.

Hij had zijn haar heel nonchalant, maar toch verzorgd opzij gekamd. Zo’n look waarvan je weet dat hij er heel erg zijn best op heeft gedaan, maar die er niet te glad uitziet. Door zijn Ray-Ban zonnebril keek hij me aan. Hij glimlachte met zijn filmsterren-glimlach. Zucht. Het was de perfecte man die naar me keek en naar me lachte.

Toen we allebei uitstapten, keek hij nog even om. Hij lachte weer en ik bloosde. Wat moest ik doen? Naar hem toe lopen en vragen om zijn nummer? Maar voor ik überhaupt ergens over na kon denken, liep hij al mijn kant op. Hij zei wat, maar ik verstond het niet, want ik had mijn oortjes nog in waar keihard Justin Timberlake met Strawberry Bubblegum uit knalde. Toepasselijk nummer wel.

“Hey,” zei hij, “ik zag je net in de trein en dacht: wow, wat ben jij mooi!” Het leek alsof de temperatuur op dat moment van 25 graden naar 45 graden steeg. Ik wist ook echt niet wat ik moest zeggen, dus ik lachte maar wat. “Waar ga je naartoe?” vroeg hij. “Mag ik anders met je meelopen?” Natuurlijk kon ik daar geen nee op zeggen en dus liepen we een stukje in de stad. Het klikte. Alsof we elkaar al jaren kenden. Maar helaas moesten we allebei verder. Nog nooit vond ik afscheid nemen zo vervelend.

Maar de jongen was erop voorbereid. “Wat is jouw nummer? Misschien kunnen we een keer wat afspreken. Gaan we ergens wat drinken zodat we verder kunnen kletsen.” En zo liep ik weg met vlinders in mijn buik. Dromend van dat ijsklontje dat in mijn nek wordt gelegd, door hem.

Toen ik bij mijn afspraak aankwam, dacht ik terug aan wat er was gebeurd. Het verhaal had inderdaad zo mooi en romantisch kunnen zijn. Maar in werkelijkheid regende het alsof het herfst was. Ik had een sjaal om en liep met mijn paraplu over straat, alles behalve sexy. De jongen uit de trein was er wel, de wandeling en het gesprek ook. Maar hij was verre van perfect. Zonder klik ook. Justin Timberlake zong, maar het sloeg nergens op. Een goed verhaal voor een boek heb ik nu wel, maar de ijsklontjes blijven voorlopig nog wel even in de vriezer liggen.

- foto -

Gedumpt

fiets

Een fiets is in Nederland zo ontzettend belangrijk. Of je nou in een dorp, op het platteland of in een drukke stad woont, vrijwel iedereen heeft een fiets, want vrijwel iedereen heeft een fiets nodig. Ik ook. Ik kan echt niet zonder mijn fiets. Vooral in Utrecht. Binnen een paar minuten ben ik in de stad of bij een vriendin. En als ik naar school moet, is niets zo lekker dan naar de Uithof te trappen.

Mijn stadsfiets is mijn eerste stadsfiets ooit. Ik woon nu bijna drie jaar in Utrecht en ben ook al bijna drie jaar met dezelfde fiets. Al in mijn eerste week op kamers, zocht ik op Marktplaats naar de perfecte tweewieler. ‘Perfect’, want het was maar een tweedehandse fiets. Maar voor mij was-ie perfect.

Ik was één met mijn fiets, want hij bracht me naar alle uithoeken van Utrecht. En ik was er ook best wel zuinig op, want ik had een extra slot en zette mijn fiets altijd ergens aan vast. Thuis stond hij in onze speciale fietsengang, lekker veilig. Maar in die jaren dat ik hem gebruikte, is er ook een hoop kapot gegaan. Hoe zuinig ik ook was.

Een paar dagen stond hij op een verlaten station en dat heeft me mijn zadel gekost. Belachelijk zag het eruit. Mijn fiets was naakt. Alsof je een mens zijn kleren afpakt. De weg naar huis was ook niet te doen, want constant staand fietsen is niet prettig. Maar gelukkig kon ik een nieuwe zadel regelen. Eentje die in het begin totaal niet lekker zat, want ik was mijn oude zadel gewend. Maar na een tijdje was zo’n zadel met gel toch best wel lekker.

Ook mijn fietslamp ging kapot. Hoe zuinig je ook bent met jouw fiets, je bent soms ook afhankelijk van de fietsen eromheen. Mensen die hun fiets met alle geweld ertussenuit proberen te rukken, ten koste van de jouwe. Hetzelfde gebeurde met mijn versnellingen. En ik had toen de pech dat hij bleef hangen in de zwaarste versnelling. Dan is zelfs een fietstocht van vijf minuten al een hel.

De laatste maanden ging er steeds meer mis. Mijn spatbord lag er vaker af dan op. De trappers bleven soms hangen. Het fietsslot viel uit het niets op de grond en alles piepte en kraakte. Mijn liefde voor mijn fiets werd steeds minder. Ik had soms zelfs de neiging om hem ergens achter te laten met de sleutel er nog in. Leuk cadeautje voor degene die hem vindt. En ik dacht stiekem al aan een nieuwe, hippe, shinende fiets.

Ik denk dat het daar misging. Ik had mijn fiets niet meer lief, ondanks dat hij me al bijna drie jaar overal naartoe bracht. Ik behandelde hem als een stuk vuil en was niet meer gelukkig. Het resultaat: mijn fiets is bij me weggegaan. Of de minder romantische versie: mijn fiets is gejat.

Natuurlijk zat het er al aan te komen, want als ik hem de laatste maanden niet zo verwaarloosde, was er niets aan de hand geweest. Ik had de dingen die kapot waren, moeten vervangen of repareren. Tijd en energie had ik in die fiets moeten stoppen. Dan was er niets aan de hand geweest. Karma is een bitch. Toch?

En nu? Nu duren die paar minuten naar de stad opeens een eeuwigheid. Alles lijkt ver weg. Utrecht lijkt immens groot. En het klopt inderdaad: een fiets is zo ontzettend belangrijk, want iedereen heeft een fiets nodig. Ook ik.

- 1 -